NIKA-Ouderbegeleiding geeft geen beoordeling ten aanzien van de kwaliteit van de ouder-kind relatie. NIKA-Ouderbegeleiding wordt uitgevoerd onder supervisie van een NIKA-Practitioner en richt zich met name op het aanleren (en laten beklijven) van sensitief oudergedrag. NIKA-Ouderbegeleiding bestaat uit een screenings- en ouderbegeleidingsprotocol. NIKA-Ouderbegeleiding nika kan ingezet worden als het patroon niet ernstig verstoord is of ná NIKA om het nieuwe patroon tussen ouder en kind blijvend te maken. NIKA is bedoeld voor gezinnen waarbij er vragen zijn over de band tussen ouder en kind, en met name voor gezinnen die onder druk staan. Als dit het geval is, kan NIKA de ouder ondersteunen in het beter leren begrijpen van zijn of haar kind.
Na de diagnostiek volgt de interventiefase. NIKA bestaat uit een diagnostiek- en interventieprotocol. Inmiddels geven Draaisma en Zuidgeest sinds een aantal jaren trainingen op het gebied van gehechtheid en (intergenerationele) traumaproblematiek aan (GZ)-psychologen, orthopedagogen en HBO-professionals. • NIKA kent een diagnostiek- en een interventieprotocol. NIKA wordt ingezet bij kinderen van ongeveer 6 maanden tot ongeveer 12 jaar.
De interventie bestaat uit een diagnostiek fase, waarin het oudergedrag en het relatiepatroon tussen ouder en kind in kaart wordt gebracht. Met behulp van videofeedback leren ouders te stoppen met schadelijk en verstorend oudergedrag en leren zij beter aan te sluiten op de gehechtheidsbehoeften van hun kind. Daarvoor is het noodzakelijk dat ouders leren niet langer verstorend oudergedrag te laten zien, emotioneel beschikbaar te zijn en sensitief en responsief op het kind leren reageren. Vanuit deze screening kan er volledige NIKA diagnostiek volgen of de ouderbegeleider kan werken aan het aanleren van sensitief en responsief oudergedrag. Sinds 2009 werkt zij als gedragswetenschapper bij Altra te Amsterdam, waar zij zich richt op de diagnostiek en interventie van gehechtheid- en traumaproblematiek.
Cursisten maken kennis met het NIKA diagnostiek en –interventieprotocol en er wordt veel uitgewisseld, beeldmateriaal laten zien en oefeningen gedaan. Verschillende bewezen effectieve interventietechnieken om een onveilige gedesorganiseerde gehechtheidsrelatie bij te sturen naar een meer veilige gehechtheidsrelatie worden behandeld. Ook is het belangrijk dat zij weten hoe (intergenerationele) patronen in de ouder-kind relatie bijgestuurd kunnen worden naar een meer veilige relatie. Een (dreigende) problematische gehechtheidsrelatie kan echter, ook na kindermishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld, bijgestuurd worden naar een meer veilige gehechtheidsrelatie. Diagnostiek en Interventie bij trauma bij zeer jonge kinderen Een NIKA practitioner kan met de ouder werken aan gedrag van de ouder wat verstorend is in de relatie met het kind en niet makkelijk te veranderen is.
Een NIKA ouderbegeleider kan een eerste screening doen om te onderzoeken of er mogelijk sprake is van verstoring in de gehechtheidsrelatie. Doel van de interventie is het voorkomen of verminderen van gedrags- en psychische problemen bij kinderen als gevolg van gedesorganiseerde gehechtheid. In dit boek staat zowel de theoretische achtergrond van NIKA beschreven als het complete screening- en ouderbegeleidingsprotocol. Ook leren ouders begrijpen hoe hun huidige oudergedrag voortkomt uit ervaringen in hun eigen verleden. Het diagnostiekprotocol brengt patronen in de ouder-kindrelatie en hun oorsprong in kaart.
Voor deze gezinnen kan NIKA betekenen dat de ouder beter leert begrijpen wat de invloed van de eigen problemen is op het ouder- en het kindgedrag. Want pas als je je kind goed begrijpt, weet je beter wat je kan doen om je kind bijvoorbeeld beter te laten luisteren. De interventiefase bestaat uit maximaal 5 momenten waarin er beeldopnames worden gemaakt, gevolgd door een afspraak waarin de opname met de ouder besproken wordt.
Na het echt leren begrijpen en goed leren kijken, staat het leren veranderen van de gehechtheidsrelatie centraal. In deze cursus leren cursisten met behulp van beeldfragmenten begrijpen wat gehechtheid nu precies is en waarom het zo’n belangrijke basis is voor de (verdere) ontwikkeling van het kind. Ze lopen een verhoogd risico op een verstoorde gehechtheidsrelatie met hun ouders en als gevolg daarvan op het ontwikkelen van sociale-, emotionele- en/of gedragsproblemen. De wachttijd voor NIKA screening en ouderbegeleiding en screening is 16 weken.
Bij de Basis werken wij met NIKA ouderbegeleiders en NIKA practitioners. Wat is – met het belang van het kind voorop – de minst schadelijke optie? Leidt een eventueel maatregel inderdaad tot een vermindering van de ontwikkelingsbedreiging van het kind of neemt de schade (onbedoeld) juist toe?
Het is dan ook niet bekend of de interventie werkt. De interventie is helder beschreven, op basis van theorie onderbouwd, maar (nog) niet onderzocht op effectiviteit. NIKA is een kortdurende interventie die gebruik maakt van videofeedback.
Ook kunnen stress en nare ervaringen invloed hebben op het kind zelf en op de wijze waarop hij of zij op de ouder reageert. Stress en/of nare ervaringen (recent van in het verleden) kunnen invloed hebben op de ouder en op hoe ouder met zijn of haar kind omgaat. Training zit inhoudelijk goed in elkaar. Erg goede aanvulling op onze dagelijkse praktijk. Inhoudelijk erg interessant en aanvullend kennis
Heel goed en duidelijk en gestructureerd, docent veel kennis. De E-learning is ook erg goed, maar wel meer bruikbaar om individueel te doorlopen ipv in een online groepscursus. Het boek geeft hele praktische richtlijnen die ook al met de deze cursus inzetbaar zijn.
• Hierna volgt een kortdurende, geprotocolleerde, cognitieve, gedragstherapeutische interventie die gebruikmaakt van videofeedback. • NIKA start met diagnostisch onderzoek naar de aanwezigheid van gehechtheidsproblematiek en de factoren die hierop van invloed zijn. In 2014 is NIKA erkend door de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI. NIKA reikt concrete handvatten aan om het verstoorde opvoedgedrag te stoppen en op een prettige, helpende manier op het kind te reageren.